Schotland 2010 – dag 1

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 27-01-2011

Dag 1, 10 juni: Amstelveen – Newcastle, 25 km

Voor het eerst alleen op vakantie. Eigenlijk had ik gehoopt dat Rob al genoeg zou zijn opgeknapt om, in ieder geval een deel van de reis, mee te gaan. Maar het herstel van zijn ziekte duurt langer dan ik had gehoopt. Wel erg wennen om alleen op weg te zijn.
De weg van Amstelveen naar IJmuiden begon natuurlijk met een file. Ik zat ook bijna meteen boven op een auto, die opeens van rijstrook verwisselde terwijl ik met de volbepakte V-strom door de rijen heen worstelde. Een goed begin.
Bij de boot begon wel het avontuurgevoel. Lekker tussen de andere Engelandvaarders op de motor in de rij staan wachten tot we in de buik van het schip werden toegelaten. Eén van die reizigers had een helgele Yamaha 6 cylinder. Een erg indrukwekkend apparaat dat echter afsloeg en met geen mogelijkheid meer aan de praat te krijgen was. Er is weinig zo zielig als een motorfiets die geduwd moet worden, vooral als het een volledig gepimpte machine is. Afijn, die had de hele nacht om z’n machine aan de praat te krijgen.
Om de motor vast te sjorren had ik mijn eigen spanbanden meegenomen, want die dingen van de scheepvaartmaatschappij zijn vaak zo gaar en versleten dat je er weinig mee kan.
Op de boot zit je een beetje in een soort reisvacuüm; je bent wel op weg, maar je doet niets, alleen een beetje boekjes lezen en in de bar hangen. Als reisliteratuur had ik ‘red tape and white knuckles’ van Lois Price meegenomen. Geweldig zoals die meid kan schrijven. Natuurlijk ook omdat vrouwen veel gemakkelijker over emoties en mislukkingen schrijven dan mannen. Daardoor wordt zo’n verhaal erg levendig. En ze heeft natuurlijk heel veel Engelse humor. Een aanrader.
Ook een aanrader is het buffet op de boot, met als bijkomend vermaak de hebberigheid van mensen als ze langs de tafels lopen die afgeladen zijn met eten. De hoeveelheden die worden opgeschept op de kleine bordjes zijn echt gênant. Behalve dan die jongen en dat meisje die alleen maar naar elkaar keken en waarschijnlijk geen hap hebben geproefd van wat ze aten. Na een paar biertjes naar mijn kooi gegaan, en allemensen wat ging dat schip weer te keer. Ik heb verschillende mensen lichtgroen zien worden. Zelf heb ik daar meestal niet zo’n last van. In ieder geval deze keer niet, want toen ik hier twee jaar geleden de zelfde overtocht met Rob maakte kwam het er ‘s morgens wel uit.

Schotland 2010 – dag 2

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 18-01-2011

Dag 2, 11 juni Newcastle – Crainlarich, 350km

Die zee ging vannacht echt te keer. Misschien heeft het iets met het kanaal te maken want vorige keer met Rob, toen we naar Yorkshire gingen, was het bij de Engelse kust net zo woelig. Eerst uitgebreid ontbeten, want dat is ook prima geregeld op de ferry. En dan het lange wachten tot je van de boot af mag in de dikke dieseldampen van de vrachtauto’s en touringcars. Waarom ze niet eerst de motoren van het dek af laten gaan is me een raadsel, want die zijn in een paar minuten klaar. Bij het loshalen van de spanbanden, waarmee de motor aan het dek stond vastgesjord, sloeg de span klem opeens open en keihard op mijn duim, die dan ook meteen spontaan begon te bloeden en blauw te verkleuren. Daar moet je dus mee oppassen. Ook de douane had alle tijd van de wereld. Het leek wel of we voor een Afrikaanse grensovergang stonden te wachten. Altijd gedacht dat je als EU burger gewoon de grens kan passeren zonder gedoe. De boot was rond 9:00 aangemeerd maar pas om kwart over elf kon ik eindelijk op weg. Heerlijk, eindelijk vrij.

Onder een zwaar bewolkte lucht, maar droog, de eerste onwennige meters op Engelse bodem gemaakt. Maar al snel ging het vrij soepel door een landschap dat eigenlijk veel weg had van Yorkshire. Na een uurtje bereikte ik de grens met Schotland, waar eigenlijk weinig te zien is maar natuurlijk wel de obligate foto’s geschoten moeten worden van de blauwe vlag  met het witte kruis. Het was inmiddels stralend weer geworden. Ik was duidelijk niet de enige, want ik stond er met nog tientallen andere motorrijders. Wel kan je zelfs hier al goed merken dat het een stuk rustiger is dan wanneer je bijvoorbeeld naar het zuiden rijdt.

Verder gereden naar Jedsburgh waar een oude kathedraal staat te verkrotten. Zonder twijfel is de ruïne een slachtoffer van de wraak van Hendrik VIII op de Rooms katholieke kerk, die hem geen toestemming wilde verlenen om van zijn zoveelste vrouw te scheiden. Gevolg was dat de koning zijn eigen kerk oprichtte en al het lood van de daken van de katholieke kerken liet halen. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar met over het hele land verspreide hele mooie romantische ruïnes van kerken en kloosters, alhoewel het  Vaticaan daar waarschijnlijk wel anders over denkt. Prachtig.

Via de Tweedvalei, naar Edinburgh gereden en een tussenstop gemaakt om de stad te gaan bekijken. Lang geleden, in 1977 om precies te zijn, ben ik al eens in deze stad geweest en het enige dat ik me er van kon herinneren was dat de gebouwen allemaal zo groot waren. Merkwaardig hoe je herinneringen dingen kunnen verdraaien, want die zijn natuurlijk wel groot, maar toch niet half zo groot als ik me had voorgesteld.

Het is een leuke stad en je kunt merken dat er een universiteit is. Veel jong volk, restaurantjes, kleine winkeltjes en een gezellige sfeer. Wat je helemaal niet verwacht is dat het allemaal ook heel kleurrijk is. De gevels van de huizen zijn in felle kleuren geschilderd, haast frans of italiaans. Maar daarnaast ook heel duidelijk schots, want werkelijk overal is de vlag te zien en lopen er zelfs nog hier en daar mannen in een kilt rond. Nu zijn het er nog maar enkelen, dertig jaar geleden waren dat er nog veel meer. Toen liep zeker nog tien procent in een rok. Nu zie je echter dat ook zoiets traditioneels als de kilt aan mode onderhevig is. Tenminste, ik denk niet dat ze een halve eeuw terug met een roze kilt liepen met een zigzag patroon. Verder barst het van de winkeltjes die schotse attributen verkopen. Een beetje trots zijn ze wel, die schotten. Jammer dat ik geen tijd had om er een dagje te blijven. Dat moet ik een volgende keer in ieder geval inplannen.

Even een stukje snelweg genomen tot aan Stirling en vanaf daar de A84 opgedraaid die je over de Pass of Lenny laat rijden. Je komt zo meteen langs de rand van ‘the Trossachs’, een nationaal park waarbij je voor het eerst het gevoel krijgt in Schotland aangekomen te zijn. Tenminste, mijn idee van dit land is er een van een kaal, ruig landschap met flinke bergen en grote meren en daar kom je hier voor het eerst een beetje mee in aanraking., alhoewel het allemaal nog erg bebost en groen is.

De A85 bracht me naar mijn logeeradres in Crianlarich. Op internet had ik al gezien dat het een klein dorpje was, maar dat het zo’n gat was had ik nu ook weer niet ingeschat. Een paar huizen, een hotel en gek genoeg een grote brandweerkazerne. Mijn guesthouse lag een beetje buiten het dorpje aan een rivier met op de achtergrond de Ben More. Een flinke kale puist. De eigenaar is een erg vriendelijke man en ‘the riverside guesthouse’ is zeer typisch Brits. Wat waarschijnlijk ook heel Brits is was dat de verwarming aan stond op mijn kamer. En dat terwijl het ongeveer 200 C was. Het was werkelijk om te smoren.

Kijk, zolang je op de motor zit heb je niet zo in de gaten dat je alleen bent, maar zodra je gestopt bent merk je dat opeens wel heel duidelijk. Niemand om over je ervaringen te praten en lekker en biertje mee te drinken. En dat geldt vooral als je alleen zit te eten, dat overigens prima was. Vroeger bestond het eten in Engeland vooral uit lichtgevende doperwtjes en ondefinieerbare stukken rubber dat als vlees te boek stond, maar sinds die tijd hebben ze heel aardig leren koken. Het zag er zelfs een beetje haute cuisine uit. Afijn, ik zat daar dus een beetje met mijn ziel onder mijn arm en met een tweeslachtig gevoel. Aan de ene kant de heerlijke vrijheid van het reizen op een motor en aan de andere kant niemand om het mee te delen. Het zou nog wel even paar dagen duren voordat ik de omschakeling had gemaakt.

Later op de avond een wandeling langs de rivier gemaakt die langs het guesthouse loopt. In de avondzon komt de omgeving echt tot zijn recht. Het mooie warme licht dat door de wolken schijnt en dat over de bergen strijkt geeft de hele omgeving iets magisch.

Schotland 2010 – dag 3

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 17-01-2011

Dag 3, 12 juni,  rondrit Argyll en Knapdale. 450km

Omdat het guesthouse eigenlijk niet veel meer is dan een gewoon woonhuis is het allemaal niet al te ruim bemeten. Vandaar dat ik vanochtend ook met een paar van mijn leeftijd aan het ontbijt zat. Het viel me op dat de vrouw een Harley shirt aan had dus meteen gaan babbelen. En inderdaad bleken ze allebei een Harley te hebben. Hij natuurlijk een grote dikke (fat boy) en zij een kleintje (een 883), zoals dat meestal gaat bij de verdeling van goederen tussen man en vrouw. Het leuke van motorrijders is dat er een natuurlijke band lijkt te bestaan en dat je onmiddellijk met mensen zit te kletsen alsof je ze al jaren kent. Wel uiteraard over motoren.

Ik moet mijn eigen vrouw toch eens overhalen om nu eindelijk aan haar motorrijbewijs te beginnen. Mijn tafeldame was overduidelijk ook geen held, maar ze genoot toch van elk moment dat ze op de motor zat. Heel opmerkelijk was dat deze mensen uit Newby Bridge komen, toevallig de laatste plaats waar ik met Rob heb gelogeerd op onze reis van 2 jaar geleden. Hoe groot is de kans dat de eerste mensen waarmee je in contact komt uit juist die plaats komen waar je op je vorige reis bent geëindigd, als je ook nog eens bedenkt dat Newby Bridge bijna geen inwoners heeft?

Het weer was prachtig. Strak blauwe luchten en behoorlijk warm. Tijd om op weg te gaan. Na 10 kilometer liep het echter al mis, want de weg bleek geblokkeerd te worden door een kraanwagen die was omgekieperd en dwars over beide rijbanen lag. Tenminste dat vertelde een paar wegwerkers. Toch geprobeerd om er naar toe te rijden want met een motor kun je vaak toch wel langs dit soort obstakels heen rijden. Even verderop werd ik echter tegen gehouden door de politie, waardoor er weinig anders opzat dan een ander weg te nemen. Nu zijn de wegen in Schotland bepaald niet dik gezaaid dus om mijn eerste doel te bereiken (Oban) moest ik een omweg van 100 kilometer maken. Maar wat voor kilometers!! Ik koos voor de weg bovenlangs en dan kom je langs Glen Coe. Wauw man, dat ik echt alles wat je je bij Schotland voorstelt. Bizarre moerasgebieden, waarin de ijstijd zich nog maar net lijkt te hebben terug getrokken, kaal en wijds. Grote groene bergen die echter helemaal kaal zijn. De begroeiing bestaat uit gras en mos, donkere diepe dalen waar kristalhelder water doorheen loopt en watervalletjes die uit resten smeltend ijs van de rotsen afkletteren. En dan ook nog een Schot die op een rots in volle uitrusting op een doedelzak stond te spelen. Het leek wel een film waar ik doorheen reed.

Uiteindelijk in Oban aangekomen. Een leuke kleine havenplaats aan de Firth of Lorn met kleurige vissersbootjes die zo klein zijn dat je haast niet kan geloven dat mensen daar hun leven op wagen. De kajuit is precies groot genoeg voor één persoon om in te staan.

Zo’n plaats aan zee heeft altijd wel iets om te bekijken. Het heeft iets rommeligs, groezeligs en er heerst een bepaalde bedrijvigheid. Zo zag ik voor het eerst van mijn leven een watervliegtuig in de haven landen en later weer opstijgen. Waarschijnlijk was het en postvliegtuig. Wel logisch natuurlijk, wat het land bestaat hier voornamelijk uit eilanden en water. Dan is een watervliegtuig een goede oplossing en het scheelt het aanleggen van een heleboel landingsbanen.

Een beetje langs de haven geslenterd en met een paar jongens die ook op de motor op vakantie waren staan kletsen. Daarna de route gevolgd zoals ik die van plan was. Een afwisselend kustlandschap van zee, landtongen en eilanden, waarvan op sommige kastelen stonden. En dat alles bij een zonovergoten blauwe lucht. Hoe weinig heb je eigenlijk nodig om gelukkig te zijn. Een van de kastelen was Carnassarie Castle, een typische schotse burcht. Eigenlijk meer een versterkt huis, zwart en grauw en een plaats waarvan je het wel uit je hoofd laat om het aan te vallen. Toch is dat in het verleden wel gebeurd, want het kasteel is inmiddels vervallen tot een ruïne. Daar moet een hoop geweld aan te pas zijn gekomen. En dat vormt dan weer een mooie tegenstelling met hoe het er nu bij staat tussen de liefelijke wilde hyacinten en andere voorjaars- en zomerbloemen in een haast onrealistisch groen tapijt.

Een rondje over Knapdale gemaakt, een single track langs Loch Caolisport en Loch Tarbert. Prachtige weg en geen kip te zien tot dat ene moment, waarbij ik net voor een bruggetje bijna door een auto, die volggas over de brug kwam scheuren, van mijn fiets werd gereden. Dat scheelde dus echt niet meer dan een paar millimeter. Doorgereden langs Loch Fyne en als laatste een D-tour gemaakt lang ‘Glen Kinglas Rest and be Thankful’. Ook weer heel erg de moeite waard. Ik had het wel gehad aan het eind van de dag, maar een perfect dag was het wel geweest. Weer gaan eten in het Crainlarich hotel en weer prima gegeten, zolang je de streekgerechten maar neemt. Het was zaterdagavond en dat was goed te zien aan de vrouwen die zich zichtbaar hadden gekleed op een avondje uit met veel glitters en wat me opviel was dat ze allemaal een blouse en schoenen in een bijpassende kleur hadden. En de mannen waren natuurlijk gewoon gekleed als mannen en hadden natuurlijk niets in de gaten.

Zou het nou komen omdat ik alleen ben dat dit soort dingen me nu wel opvallen?

Schotland 2010 – dag 4

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 16-01-2011

Dag 4, 13 juni, The Trossachs & Kinrose rondrit, 340km

Ik was nog steeds knap uitgewoond van de dag van gisteren en heb zelfs even overwogen om een wandeling in de Trossachs te maken. Het was zwaar bewolkt en er hing een hoop regen in de lucht. Een  stevige Full English Breakfast genomen en weer aan de ontbijttafel gezeten met andere mensen. Deze  man en vrouw maakten wandelingen in het gebied. Wat me meteen opviel was dat de man heel erg sportief was, hij had wel iets weg van Lance Armstrong, maar dat zijn vrouw uitgezakt was en er eigenlijk zo te zien ook helemaal niet zo’n zin in had. Ze deed het duidelijk voor hem. Waarschijnlijk was ze veel liever naar een lekker ressort gegaan om zich te laten verwennen. Maar goed, je ziet wel vaker dat vrouwen zich schikken in wat mannen leuk vinden.

De hoteleigenaar liet me vol trots foto’s van een verbouwde Triump Sprite zien, nadat ik hem had gevraagd naar een schilderij dat aan de muur hing en waar een TVR op stond. Tenminste dat dacht ik, want het bleek dus zijn Sprite te zijn die hij had laten vereeuwigen. Een echte ‘petrolhead’ dus.

Het is maar goed dat ik niet ben gaan wandelen, want bij dit weer sterft het van de midgets. En dan bedoel ik dus niet die leuke engelse sportautootjes, maar akelige kleine bijtertjes die zich massaal op je storten zodra je stil staat. Muggen kun je nog wegslaan, maar midgets laten zich niet wegjagen. Het zijn kamikaze piloten en gaan voor de dood of de gladiolen. Niet meer dan 2 millimeter groot bijten ze je helemaal lek. Die mensen met wie ik aan tafel had gezeten en in dit gebied gingen wandelen waren dan ook helemaal van top tot teen ingepakt tot en met hun hoofd toe, waarover ze een soort vliegen gaas hadden gespannen. Als je het kleinste gaatje overslaat dan dringen ze daar naar binnen, vertelden ze me. Daarom toch maar besloten om op de motor te springen, want dan heb je er geen last van.

Ik vertrok met nogal miezerig weer dat langzamerhand overging in druilerige regen. In Engeland is de regen zeer effectief, maar wat maakt het uit, als je maar op de motor zit. Ik reed langs Loch Lomond, het beroemde whiskymerk van kapitein Haddock, en verwachtte mooie uitzichten. Maar dat viel dus nogal tegen. Dit gebied is nogal bebost waardoor je eigenlijk voornamelijk bomen ziet en soms een stukje meer. Wel een mooie weg, die soms langs uitstekende rotsen leidde, want de weg is rond het meer uitgehakt. Bij Helensburgh de grote weg verlaten en een rondje Trossachs gemaakt. Afgaande op de naam verwachtte ik een ruig Schots landschap, maar niets is minder waar. Het is heel liefelijk, eigenlijk meer zoals de Yorkshire Dales.

Vaak zie je onderweg de meest prachtige landschappen, huizen, oude motoren en auto’s, die je dan niet kan fotograferen, omdat je nou eenmaal niet altijd de mogelijkheid hebt om te stoppen en vaak ook geen zin heb omdat je nou juist zo lekker aan het rijden bent. Dat wilde ik deze keer eens anders doen, dus stopte ik net achter de top van een heuveltje om een foto te maken van een mooi huis onder een machtige eikenboom. Ik zette de V-Strom op de jiffy op de inrit van huis op een graffel pad. De V-Strom kapzeisde onmiddellijk omdat de jiffy in de doorweekte bodem zakte. Een V-Strom is een geweldige motor als je rijdt, maar als je stilstaat is het een oude humeurige draak want het zwaartepunt ligt veel te hoog. Als je ook maar een paar graden uit het lood staat flikkert dat kreng om en geloof maar niet dat je hem kunt houden. Eenmaal op de grond is hij door z’n idiote zwaartepunt ook moeilijk omhoog te krijgen, zeker als hij half in de blubber in een goot ligt. Twintig tot dertig auto’s passeerden luid toeterend. Ze schrokken zich natuurlijk dood omdat ik half op de weg en direct achter de heuveltop lag, wat ze onmogelijk konden zien vanaf de andere kant van de heuvel. Alsof ik daar voor mijn plezier met mijn motor lag! Gelukkig stopte er een jongen met een busje die me hielp mijn Monster overeind te sjorren. En zoals altijd als een V-Strom valt: knipperlicht in puin. Dat hebben ze er echt voor gemaakt want zodra je naar die dingen wijst vallen ze al uit elkaar. Tja, daar stond ik dan onder de prut en met een hand vol knipperlichtplastic en een knipperlichtlampje dat zielig naast de kuip hing in de zeikende regen. Gelukkig had ik van Grote Broer allemaal reserve onderdelen en andere hulpmiddelen meegekregen. Zelfs ben ik nogal gemakkelijk in dat soort dingen, dus neem ik meestal zo weinig mogelijk mee. Dus was ik erg blij dat Rob er op had gestaan dat ik zijn ruime voorraad reservespullen mee zou nemen. Er zat weinig anders op dat de gereedschapsbox uit te pakken en met een lading duke-tape de boel zo goed en zo kwaad als het ging weer aan elkaar te plakken. Toen ik vervolgens, na alles weer in te hebben gepakt, wilde wegrijden bleek de koppelinghandel te zijn opgeschoven. Een V-Strom kun je niet starten als de koppeling niet helemaal is ingetrokken. Dus, weer de gereedschapskist uitgepakt, nog steeds op die onmogelijk plek met langsrazende auto’s waarbij mensen veelvuldig op hun voorhoofd wezen. Koppelingshandel opgeschoven, alle gereedschap weer in de box gepropt. Maar doordat bij de val de aluminium koffer aan de linkerkant ook een opdoffer had gehad was de gereedschapsbox, die aan de andere kant in de loze ruimte van de uitlaat hing, opgeschoven waardoor bij het sluiten van het deksel de nummerplaat afbrak. Godjezuschristuskuttyfus. Aaaaarch, alweer die klote gereedschapsbox uitladen om het duck-tape te pakken. Inmiddels was alles zo nat geworden dat zelfs dat niet meer plakte. Na alles wéér ingepakt te hebben en de nummerplaat zo goed en zo kwaad als het ging te hebben bevestigd, probeerde ik de motor te starten. Die deed helemaal niets. Nu bleek de koppelingsonderbreker los te zijn geschoten en totaal verbogen. Dit geintje had ik al eens meegemaakt dus dat was zo verholpen. Net voordat ik weg wilde rijden slipte mijn voet weg en lag ik wéér op grond. Inmiddels was ik zo totally pissed-off dat ik de V-Strom met het grootste gemak rechtop zette, weer de koppelingsonderbreker op z’n plaats schoof en met een fladderende nummerplaat wegscheurde van deze onheilsplek.

Bij een parkeerplaats de nummerplaat toch maar goed bevestigd, waarbij natuurlijk weer alle gereedschap er in en uit moest. Daar word je dan wel weer heel snel in. 1000 dankjes voor Rob opgezegd voor het afstaan van zijn gereedschapskist. Inmiddels stonk ik een uur in de wind naar zweet en stresshormoon en was ik pikzwart.

Eenmaal onderweg zakte de stress en kon ik me weer concentreren op al het moois dat er te zien was. Bij een oude kazerne gestopt om een foto te maken. Lazert dat ding weer om, maar nu op zijn andere kant. Rechter richtingaanwijzer ook stuk. Ongelooflijk. Weer alles met duck-tape aan elkaar geplakt, maar mijn humeur was inmiddels met geen honderd rollen plakband meer aan elkaar te plakken. Even getwijfeld of ik nog wel verder zou rijden of maar meteen naar het guesthouse zou gaan. Toch wilde ik perse de Duke Pass rijden, dus niet zeiken en gewoon doorrammen. De Duke Pass was wel leuk, maar niet half zo spectaculair als de Hartknott Pass die ik 2 jaar eerder met Rob had gereden. Vervolgens Kinross gereden. Erg mooi, ruig en verlaten met veel heidevelden. Fotograferen kon ik het niet, want het kwam met bakken uit de hemel. Al die nattigheid maakte het glibberig. Daarbij zijn de wegen rijkelijk bestrooid met split wat een aantal spannende momenten opleverde. In Crief bleek een Suzuki dealer te zitten. Iets dat ik toevallig vanochtend in de Suzuki service manual had zien staan. Het bleek echter een autodealer te zijn, dus daar had ik verder niet zo veel aan. Wel bijzonder dat hij op zondag open was.

Verder ben ik al dagen een gevecht aan het voeren met de Garmin. Ik heb namelijk gewoon de autohouder met een zuignap op mijn windscherm geplakt, maar dat ding heeft een geheel eigen wil. Eerst liet hij steeds zijn kop hangen, feitelijk is de Garmin gewoon veel te zwaar voor het kogelgewricht van de houder waardoor hij steeds naar beneden zakt. Doordat het regende werd ook het windscherm nat waardoor de houder met Garmin en al over het scherm begon te wandelen. Hierdoor moest ik steeds stoppen om dat ding op zijn plaats te duwen. Kortom een dag met een gaatje. Wel geleerd dat je problemen gewoon kunt oplossen door rustig te blijven en na te blijven denken. En toch wel erg mooie dingen onderweg gezien en zelfs af en toe een beetje zon door de wolken. Wel merk ik dat ik niet zo soepel meer rij en met het bovenstaande verhaal is wel duidelijk waarom. Daarbij zijn de wegen in hele slechte staat. De afgelopen winter heeft hier ook fors huisgehouden waardoor er veel gaten in de weg zitten die dan vervolgens gerepareerd worden met flinke ladingen asfalt en grint.

In het guesthouse een lange warme douche genomen en lekker gaan eten in het Crainlarich hotel.

O ja, ze zijn hier gek op kussens. Op mijn bed liggen er maar liefst zes! Genoeg om met je hoofd tegen het plafond te slapen.

Schotland 2010 – dag 5

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 15-01-2011

Dag 5, 14 juni 2010 Crianlarich – Achnasheen, 299km

Vanmorgen wakker geworden en het is prachtig weer. Alsof het in geen drie weken geregend heeft. Weer een echt engels of schots ontbijt, waarop je zonder moeite de hele dag door kunt rijden. Aan tafel zaten nu een paar oudere engelse heren, waarvan ik niet helemaal kon opmaken of het nou vrienden waren of broers. In ieder geval bezaten ze, of één van de twee, een splinternieuwe Alfa Romeo Spider. Ik ben niet zo’n auto liefhebber (meer), maar voor Alfa’s en zeker voor een open auto, heb ik een zwak. Wat een prachtige kar. Eigenlijk kunnen alleen Italianen dit soort dingen ontwerpen.

De boel ingepakt en weggereden. Wel opmerkelijk hoe snel je aan een leuk adresje als de Riverside Guesthouse hecht. Reizen is ontmoeten en verlaten. Weer langs Glen Coe gereden en weer overdonderd door het prachtige landschap. Opvallend zijn de stenen ‘iglo’s’ die her en der in het landschap verspreid staan. Het zijn schuilhutjes voor herders van de alom aanwezige schapen voor het geval ze overvallen worden door slecht weer. Nu was het prachtig weer, maar geloof maar dat het kan spoken in deze omgeving. Op dat soort momenten is de ijstijd weer even terug. Deze omgeving heeft iets mystieks. Dat geld vooral voor de donkere dalen waar de zon waarschijnlijk nooit komt. Her en daar waren zelfs nog sneeuwresten te zien, waar dan watervalletjes klaterend onder vandaan stroomden.

Een stop gemaakt bij het Glen Coe visitors centre. Eigenlijk een vrij zinloos gebeuren, want er waren maquettes van Glen Coe die, als je naar buiten keer, ook gewoon kon zien. Verder wat opgezette dieren en dat was het dan wel.

Verder gereden naar Ben Nevis, de hoogste ‘berg’ van Britanje, die met z’n 1344 meter een beetje een kleine jongen is in vergelijking met het Alpengeweld. Onderweg had ik het weer behoorlijk aan de stok met mijn Garmin, of eigenlijk de houder. Wandelde dat ding gisteren over mijn scherm heen, vandaag had hij besloten om helemaal niet te blijven zitten. En in de kleine honderd kilometer naar Ben Nevis is hij er zeker 15 keer afgevallen. Het leek wel of de V-Strom en de Garmin samenspanden om het me zo moeilijk mogelijk te maken. De vangbeugel die ik had gemaakt bewees nu in ieder geval goede diensten want anders had de Garmin al lang in duizend stukken op de grond gelegen. Door de zuignap schoon te maken ging het wat beter, maar het systeem is duidelijk wel voor verbetering vatbaar.

Ik had verwacht dat je Ben Nevis wel op zou kunnen rijden, maar de weg loopt er alleen maar omheen. Dan wel weer een hele mooie eenbaansweg. Waar de weg ophield was een parkeerplaats en een man die ik sprak raadde me aan om een wandeling te maken naar de waterval aan het einde van het wandelpad. Inderdaad de moeite waard, maar met je hele rijderskloffie aan wel een zweterige ervaring. Het was een stralende dag en de zon stond loodrecht op je kop. Eerst had ik alles aan, maar gaandeweg had ik alleen nog mijn broek aan en een hele berg met alles wat je als motorrijder bij je hebt rond mijn middel en over mijn armen. Ik kwam werkelijk helemaal zeiknat boven en heb heerlijk staan afkoelen in het water van het stroompje dat van de waterval afkwam. Mensen die je onderweg tegenkomt in hun korte broek en t-shirt staren je wel meewarig aan als je als michelinmannetje en druipend van het zweet dezelfde tocht maakt. Maar dat is toch ook wel weer de charme van motorrijden, vind ik. Je gewoon nergens door laten tegenhouden.

Verder gereden langs onder andere Loch Ness. Dit meer is eigenlijk het punt waarop het noordelijk deel van Schotland en de rest van Engeland in een ver verleden op elkaar zijn gebotst. Ooit zijn de bergen van de Highlands hoger geweest dan de Mount Everest, volgens National Geographic. En als je het al niet kunt zien, dan kun je het in ieder geval voelen. De noordelijke bergen zijn heel oud en hebben een totaal andere sfeer dan het veel jongere deel in het zuiden. Had Glen Coe al iets Arctisch, hier heb je het idee dat de gletsjers nog maar gisteren zijn gesmolten. Het is er ruig, leeg en kaal. Vooral het deel langs Loch Cluanie is prachtig. Het water in het meer staat meters lager dan het hoort te staan, waardoor er her en der eilanden ontstaan.

Eilean Donan Castle is natuurlijk een must voor elke Schotlandganger. Zwart steekt het kasteel af tegen het landschap. Ik heb eigenlijk alleen maar foto’s van deze plaats gezien in de regen, maar nu dus niet. Het licht was nu zo hard en het kasteel zo zwart dat het veel moeite kostte om een goede foto te maken omdat het contrast zo groot was. Als je zo rond loopt in en rond het kasteel snap je wel dat ze het op deze plek hebben neergezet. De omgeving is prachtig met rondom meren (Loch Alsh, Loch Duich en Loch Long) en bergen Glen More en Glen Elchaig). Wat een merkwaardige namen. Die zijn waarschijnlijk Keltisch of wellicht afkomstig van de Noormannen die ook in deze streken hebben geheerst. Het kasteel is niet heel groot en jammer genoeg mag je er binnen geen foto’s maken. Veel meer dan wat oude meubelen, schilderijen en klederdracht is er touwens niet te zien. Alleen de keuken is echt mooi ingericht in de stijl van rond negentienhonderd. De poppen die er staan zijn zo levensecht dat ik in eerste instantie dacht dat er werkelijk mensen in kleding uit die tijd aanwezig waren.

Het laatste deel van de rit naar het nieuwe logeeradres ging langs Glen Carron, waarbij het gevoel van verlatenheid je pas echt begint te overvallen. Het landschap wordt steeds kaler. Er staat echt geen boom meer overeind, en wat er stond hebben ze al eeuwen geleden gekapt. Het is er dus vooral leeg en groen op wat verkeer na, vooral campers. Het hotel in Achnasheen blijkt een voormalig jachthuis (hunting lodge) te zijn van een welgestelde familie die hier in de herfst familie en vrienden uitnodigde om vooral op edelherten te jagen. De koppen van deze beesten, natuurlijk allemaal mannetjes met grote geweien, hangen overal aan de muren. De hal en de rest van het hotel was bekleed met dikke rode tapijten met schots motief, waar je een paar centimeter met je voeten inzakt tijdens het lopen. Veel donker houtwerk, openhaard en natuurlijk Chesterfield banken. De kamers zijn waarschijnlijk sinds begin negentienhonderd niet meer van stijl veranderd. Veel kamers hebben overdadige hemelbedden en een Olivier B. Bommel inrichting, alles groot en overdadig. Je verwacht dat die oude beer zo binnen kan lopen. Mijn kamer was veel minder versierd. Waarschijnlijk een kamer voor het zwarte schaap van de familie, of minder belangrijke kennissen, iets dat je wel vaker ziet bij eenpersoonskamers. De familie van wie dit voorname huis ooit geweest is moet wel heel erg rijk zijn geweest om zo iets neer te kunnen zetten alleen maar om er af en toe in te verblijven. Als je goed luistert kun je ze, als je heel stil bent, nog horen, tenminste in gedachte. Dat lijkt misschien vreemd, maar iets dergelijks heb ik al eens meegemaakt toen ik met vrienden op vakantie was in Frankrijk en om precies te zijn in het plaatsje Oradour. Aan het einde van de 2de wereldoorlog waren de duitsers er van overtuigd dat in dit ongelukkige dorp een grote goudschat verborgen was. De SS kwam op een gegeven moment langs om de vermeende schat te roven. Geen enkele bewoner wist echter te vertellen waar die was, wat de nazi’s niet geloofden. Uit wraak hebben ze iedereen is het dorp vermoord en alles in de fik gestoken. De fransen hebben het dorp gelaten zoals de nazi’s het hebben achtergelaten, om de waanzin van oorlog te tonen. Er heerst een heel lugubere sfeer en vooral bij het schooltje op het schoolplein kun je bijna de kinderen nog horen spelen. En daar hoef je niet eens zo goed je best voor te doen.

Ook nu was het diner weer uitstekend met gevulde parelhoen en dergelijke dingen. Dat komt goed uit, want er is in de wijde omgeving helemaal niets te vinden. Het dorpje Achnasheen, als je dat al een dropje mag noemen, bestaat uit 10 huizen en een paardenkop. Waar zouden die mensen hier in godsnaam van leven?

Schotland 2010 – dag 6

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 14-01-2011

Het weer was deze ochtend en beetje sombertjes, maar het ontbijt maakte weer een hoop goed. Vooral de dochter van de eigenaar, die in de bediening werkt is erg grappig. Ze woont al haar hele leven in het hotel en heeft het soort van professionele gedrag dat me meteen aan Basil Fawlty van Fawlty Towers deed denken. Een automatisch oor, zonder echt te luisteren en een opgewektheid en aandacht voor de gasten die flinterdun is. Wel heel aardig trouwens, want ik kan me best voorstellen dat je een soort van karakter gaat spelen als je altijd met  zeurende mensen moet omgaan.

Eerst naar het westen gereden langs plaatsen met mooie schotse namen als Lochdrum, Corrieshalloch en Ardcharnich  om uiteindelijk in Ullapool uit te komen. Onderweg geen mens tegengekomen. Wat een godvergeten verlatenheid zeg. Heel desolaat. Op een gegeven moment banjerde er zelfs een paar herten over de weg heen. En dat op klaarlichte dag. En dan, midden in die verlatenheid staat daar dan ineens een klein huisje dat zichtbaar bewoond is. Geen boerderij, want daar was het veel te klein voor en op minstens een uur rijden van enige plaats van betekenis. Dan moet je wel erg op je rust gesteld zijn.

Op de uitstekende Michelinkaart staat Ullapool aangegeven als een wat grotere stad, maar het is nog steeds piepklein. Het is een leuke vissersplaats, waarbij dezelfde miniatuurvissersbootjes in de haven lagen als in Oban. De sfeer doet heel noordelijk aan. Je krijgt het gevoel in Noorwegen te zitten.

In het stadje even rondgelopen en wat foto’s gemaakt. Voor een café, waar ik een bak troost ging drinken, stond een prachtige oude Royal Enfield met zijspan van rond 1930 voor de deur. De eigenaar van dit prachtige, sterk doorleefde, apparaat was er mee op vakantie. Dat is best dapper, want heel erg betrouwbaar zal zo’n machine niet zijn. Maar wel avontuurlijk! Dat moet ik ook nog eens met Grote Broer gaan doen, met een mooi 500 cc single ´thumper´ bij voorkeur met een girder voorvork, een vakantie in Engeland doorbrengen. Eigenlijk is dat pas het echte motorrijden.

Bij de kade hingen aan de reling allemaal borden met advertenties van de plaatselijke middenstand. Geen knipperende neonverlichting, maar gewoon een bord met ‘Piet verkoopt hamlappen’. Geen opgeblazen bla bla verhalen waarmee wij dagelijks worden gebombardeerd. Misschien werkt zo’n simpel bord nog wel veel beter dan al die schreeuwende advertenties. Op mij maakte het in ieder geval een enorm betrouwbare indruk.

Wat je hier in de omgeving heel veel ziet en vooral ook ruikt is brem en gaspeldoorn. Het hele landschap is bespikkeld met grote dotten van deze naar kokos ruikende planten. Verder staan overal hele velden met veenpluis die het landschap wit kleurt, alsof het net gesneeuwd heeft.

Naar het oosten gereden, dwars over het eiland om bij de westkant van Schotland uit te komen. Het grootste gedeelte ging over single track wegen, waarbij om de paar honderd meter een bordje stond dat het om een single track weg ging en dat er vluchthaventjes waren. Wat een flauwekul! Alsof je dat zelf niet kunt zien. Trouwens, je komt er geen kip tegen, dus heb je de weg helemaal voor jezelf. Uiteindelijk in Inverness beland wat zichtbaar een werkstad is. Niet erg mooi dus. Dit stukje van Schotland is veel minder mooi en ruig dan de westkant.

Een flink stuk langs Loch Ness gereden om uiteindelijk bij Urquhart Castle uit te komen. Loch Ness is hier heel erg toeristisch en de bussen die met dikke dieselwalmen niet vooruit te branden zijn, zijn niet te tellen. Kans om ze in te halen heb je niet, want daar is de weg te onoverzichtelijk voor.

Urquhart Castle moet ooit een zeer groot kasteel zijn geweest. De ruïnes liggen her en der verspreid in het landschap. Het bezoekerscentrum is de moeite van het bezoeken waard. Wat met wel opvalt is hoeveel aandacht er altijd wordt gegeven aan alles wat met geweld te maken heeft. Zo vind je van alles over zwaarden, messen, hakbijlen, pieken, goedendags, harnassen, pijlen, bestormingsapparaten, maquettes, schilderijen van gevechten, enzovoort, kortom van alles om andere mensen af te maken, maar over het dagelijkse leven, wat mijns inziens veel interessanter is, vind je de vrijwel niets.

Rustig terug getokkeld naar het hotel. De rit was lang niet zo spectaculair als de afgelopen dagen. Ik geloof dat ik een beetje verwend begin te raken, want als ik de rit van vandaag bij mij thuis is de omgeving had kunnen maken was ik zonder twijfel diep onder de indruk thuis gekomen.

Wat met onderweg opviel, en so wie so de laatste dagen is opgevallen, is dat er  nog heel veel op hout en kolen wordt gestookt. Dat roept oude herinneringen op van thuis voor de kolenkachel, die we toen nog hadden, en ravotten met Rob voor de oude haard.

Bij het hotel aangekomen lekker in bad gesprongen en vervolgens een wandeling gemaakt. Een bord lang de kant van de weg gaf aan dat hier 12.000 jaar geleden een gletsjerdal is geweest, waarbij twee ijsrivieren uitkwamen op de plaats waar Achnasheen nu ligt en daar een meer vormde. Je kunt de geschiedenis in het landschap heel gemakkelijk aflezen. Eerst een laag met grove stenen die ooit door de gletsjers zijn meegesleurd, daarna een laag met steeds fijner worden grint, die moet zijn ontstaan toen de ijsrivieren smolten en daarna een toplaag van organisch materiaal, die er 12.000 jaar over heeft gedaan om een halve meter dik te worden. Het voordeel van wandelen is dat je alles heel gedetaillieerd ziet, veel meer dan op de motor.

Na weer uitstekend te hebben gegeten heb ik een tijdje met de eigenaar van Ledgolewan Logde staan praten. Hij zei dat ik vooral naar Applecross moest gaan, omdat het daar zo lekker rustig is!!! Kennelijk vindt hij de 5 huizen die hier in het dorp staan al veel te veel. Tijdens het eten twee zwitsers ontmoet die hier aan het rondfietsen waren. In eerste instantie verstond ik geen hout van wat ze zeiden en vermoedde ik dat het ieren of welshman zouden zijn, want ik kon in hun uitspraak een duidelijk ‘g’ te horen. Maar het bleek duits-zwitsers te zijn, een dialect dat op de grens wordt gesproken. In het buitenland denken mensen vaak dat ze uit Nederland komen vanwege hun ‘g’. Daarbij waren zowel de jongen als het meisje über hoog blond, wat dan weer niet strookt met ieren en welshman.

Schotland 2010 – dag 7

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 13-01-2011

Dag 7, 16 juni 2010 rondrit Skye

Zóóó wat een dag weer. Skye is echt overweldigend mooi. Je blijft hier in superlatieven schrijven. Echt met geen pen te beschrijven en al helemaal niet in foto’s vast te leggen. Als er één ding is dat je in Schotland niet mag missen dan is het dit eiland. Maar goed, laat ik beginnen bij het begin. De dag begon met een mooie lucht waarbij zon en bewolking elkaar afwisselden. Na kippers als ontbijt (dat zijn gerookte en verwarmde haringen in een botersaus), wat meteen een goed fundament legde voor de rest van de dag, was het tijd om op de motor te springen. Het stuk tot aan Auchtertyre had ik op de heenweg naar Achnasheen al gereden. Toch opmerkelijk hoe snel je zo’n route in je opneemt, want ik herkende het meeste meteen. Vooral het stukje lang Loch Carron was lastig, want single track en wegwerkzaamheden en best druk. En bepaald langzaam rijden ze hier niet. Alhoewel ik best van doorrijden houdt, werd ik meermalen ingehaald door een (werk)busje. Heel veel ruimte op z’n single track heb je trouwens niet.

Bij Kyle of Lochalsh ligt de brug naar het eiland Skye. Een mooi gezicht als je over de brug rijdt. Vooral het eerste stuk van het eiland, tussen de brug en het plaatsje Portree is super gaaf. De rit langs de kust is echt magnifiek, waarbij je constant langs het randje van het eiland rijdt en zo een mooi uitzicht hebt over de zee en de eilanden die voor de kust liggen. Het eiland zelf bestaat uit enorme bergen, zo groot, zo massief en zo oud. Dat laatste kun je zien omdat de toppen helemaal rond afgesleten zijn. Wat vooral machtig was, was dat de mist heel laag over de bergen trok, alsof het levende wezens waren die de bergen beslopen. De mist raakte de grond niet, maar ging op en neer van de voet naar de top van de bergen en weer terug. Op zo’n moment kun je zien dat we op een ‘gas’planeet wonen. Portree was weinig. Dat gold ook voor de koffie in een even onsmakelijk café.

Eén van de hoogtepunten van het eiland (letterlijk en figuurlijk) is ‘The Old Man of Storr’. Een losstaande rots op een berg die je van kilometers afstand al kan zien. De rots is bijna 50 meter hoog, oftewel een flat van 20 verdiepingen. In eerste instantie reed ik er voorbij omdat ik een klauterpartij niet zo zag zitten, maar na 10 kilometer toch omgedraaid omdat ik dit toch eigenlijk niet wilde missen. Dit opvallende punt in het landschap is een toeristische attractie van de eerste orde, die dus inderdaad vele mensen aantrekt. En terecht. Toevallig had ik een paar weken voordat ik naar Schotland ging op de BBC bij de serie ‘coast’ een aflevering gezien die ook de ‘Old man of Storr’ als item had. Dat werd dus weer klimmen en zweten met al mijn motorkleding aan. Man wat een hijs, want de berg waar die oude man op staat is steil en glibberig. Ik was weer letterlijk zeiknat van het zweet, maar wel helemaal de moeite waard. Als je dan bedenkt dat de BBC ploeg hier met camera’s en geluidstroep naar boven zijn gesjokt… Het landschap daar boven was bizar. Zwarte rotsen die ver boven je uittoornen in een soort lichtgevend groen maanlandschap met kraters en verder naar beneden de kust met kliffen die de zee in steken. Als je daar dan zo staat zou je wel willen dat je er eeuwig kan blijven. Maar na 10 minuten begint dat ook al weer te vervelen. Naar boven was zwaar, maar naar beneden was een ramp. Omdat de voeten in de motorlaarzen heen en weer schoven ontvelde mijn kleine tenen. Pijnlijk!

Verder gereden langs de schitterende en woeste kust, waarbij ik af en toe een flinke hoosbui over me heen kreeg. Ondanks het feit dat er hier heel veel kliffen zijn, is daar op de motor weinig van te zien. Als je dat wel wilt, zul je moeten afstappen en dan weer flink moeten wandelen. Dat was ik eigenlijk wel van plan, maar een protesterende kleine teen deed me besluiten toch maar door te rijden. Bij Loch Harport heb je een berg die op de Tafelberg in Zuid-Afrika lijkt. Helemaal plat en hij steekt kaarsrecht in zee. Ook hier is het zo dat er zo veel moois is te zien, maar dat er bij dat soort fotogenieke plaatsen geen parkeerplaats te vinden is. Gewoon even langs de weg parkeren zit er vaak niet in omdat de wegen zo smal zijn.

Als ik op de motor zit eet ik te weinig. Ik ontbijt ’s morgens en ’s avonds kan ik wel een paard op, maar ’s middags gun ik me de tijd niet om te eten. Meestal prop ik er bij een tankstation een snikkers en een flesje cola in, en dat is het dan. Nâh, reservevoer zat op mijn lijf. Wat dat betreft is het nog heel gezond ook, zo’n vakantie.

Op de terugweg nogmaals langs het stuk tussen Portee en Kyle of Lochalsh gekomen. Nu  volop in de zon. Nog steeds even imposant, maar dan weer heel anders. Plockton is een leuk havenplaatsje waar ik door twee Nederlanders werd aangesproken. Zij was bezig met haar rijbewijs en je kon aan haar zien dat ze in gedachten al op de motor door Schotland aan het rijden was. Haar man had al jaren een motorrijbewijs, maar zij wilde niet bij hem achterop want ze wilde zelf rijden. Leuke mensen, waar ik een tijd mee heb staan praten.

Zo langzamerhand begint het rijden steeds lekkerder te gaan. Het moet toch met het links rijden te maken hebben. Je snijdt de bochten op de een of andere manier anders aan. Het lijkt een beetje op tegen de richting in rijden op een schaatsbaan, linksom ben je gewend, maar als je eens rechtsom gaat is het net of je nog nooit op schaatsen hebt gestaan. Alleen die single track wegen bezorgen me steeds weer een hartverzakking, als er weer eens een auto net na een onoverzichtelijke bocht komt aanscheuren.

Eenmaal terug bleek een groep oudere Amerikanen te zijn neergestreken in het hotel. Man, wat kunnen die lui kakelen. Het leek wel een groep kippen. Later op de avond naar huis gebeld en o.a. gesproken met mijn dochter Linde van 14 die aan het sparen is voor een scooter. Dat wil ze al lange tijd heel graag en ze heeft natuurlijk nog even de tijd. Toen ik aan haar vroeg of ze het niet eng vond om zelf op een scooter te rijden gaf ze verbaasd toe dat dat inderdaad zo was. Doodeng zelfs. Misschien wil ze toch maar liever geen scooter. Hi hi hi, meiden!

Schotland 2010 – dag 8

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 12-01-2011

Dag 8, 17 juni 2010 Wester Ross. 314 km

Weer een prachtig begin van de dag. En dan te bedenken dat veel mensen het idee hebben dat het in Engeland en vooral ook Schotland altijd regent. De rit ging dit keer in het gebied dat Werster Ross wordt genoemd, zeg maar een deel langs de westkust van Schotland. Om de beginnen naar Applecross gereden. Het staat op geen enkele kaart als iets bijzonders aangegeven, maar dat is het wel. De klim doet niet onder voor de Hartknott pass. Wel iets minder steil, maar man wat een super indrukwekkende hoogtes en rauwe bergen. Ook nu weer een single track in de rotsen uitgehouwen, waar op een gegeven moment een graafmachine, midden op een heel steil stuk, de weg blokkeerde.  Een auto aan mijn kant van de weg stond precies zo dat ik er niet langs kon. Echt lekker sta je niet, want je kunt onder geen beding je remmen loslaten. Geduld dus, mijn beste eigenschap…. Eenmaal in de buurt van de top kwam ik in een zelfde soort situatie. Nu waren het een camper die naar beneden ging en een busje dat omhoog reed en elkaar geen voorrang wilden verlenen op dit piepsmalle weggetje met aan de ene kant de uitstekende rotswand en aan de andere kant een diepe afgrond. Beide kanten hielden geen prettig vooruitzicht in. Ze moesten elkaar hoe dan ook passeren. Gelukkig kon ik er nu wel tussendoor schieten. Eenmaal over de top kwam ik helemaal in een overweldigend bizar landschap terecht. Een dampend moerasachtig, met grote rotsen en keien bespetterd land   met een soort oerrunderen, waar de weg als een soort vloeiende rivier doorheen slingerde. De bijpassende naam van dit alles was dan ook Bealach-na-Bo-Meal Gorm. Ik had het niet mooier kunnen zeggen.

In Applecross koffie gaan drinken, waarbij ik werd aangesproken door een man die zei dat hij me gisteren ook al had gesproken. Ik had echt geen idee waar hij het over had, totdat zijn vriendin naar buiten kwam met koffie. Het waren die mensen die ik inderdaad gisteren in Plockton had gesproken. Ik had gisteren ook al alleen oog voor de vrouw gehad, haar vriend was me eigenlijk helemaal niet opgevallen! Hmmm. Even later kwam ik in gesprek met de chauffeur van het busje dat op de top van de berg klem had gestaan met die camper. Uiteindelijk was hij een stukje naar beneden gegaan, alhoewel hij als stijgende rijden natuurlijk voorrang had. Hetzelfde had hij ook al eens meegemaakt op de Hartknott pass. Ook toen had hij voorrang en ook toen kwam hij tegenover een camper te staan die niet meer verder durfde. En evenals nu ging hij achteruit. Het was echter zo steil dat, toen hij eenmaal na gepasseerd te zijn verder kon rijden, zijn wielen doorslipte en achteruit gleed. Hij had de mazzel dat er een stukje kwam waar het wat minder steil was zodat hij weer wat grip kreeg. Hij vertelde dat hij in 5 minuten 10 jaar ouder was geworden. Volgens mij ben je ook niet helemaal goed bij je hoofd als je met een camper op dergelijke wegen gaat rijden. Met de motor gaat dat toch een stuk gemakkelijker.

Later vertelde hij me dat hij met de fiets! naar de Noordkaap was gereden, omdat hij dacht dat het op de motor te duur zou worden. Alleen deed hij er zo lang over en blijkt Noorwegen zo godsallemachtig duur te zijn dat hij van het geld dat hij gedurende die maanden heeft uigegeven ook op de motor had gekund, die hij er dan gratis bij had verdiend door het uitsparen van de tijd. Prachtig zulke verhalen. Echt opvallend hoe gemakkelijk je contact maakt als je alleen bent en al helemaal als je met de motor bent. Je wordt overal aangesproken door mensen die zelf rijden, gereden hebben of willen gaan rijden.

Verder langs de kust gereden. Tja, wat moet ik nog zeggen? Kijk maar in  mijn hoofd, want te fotografen is het niet.

Ik wilde Inverewe Gardens zien. Als bioloog zijn dat toch dingen die ik niet over kan slaan. Ik kom daar aan, parkeer de V-Strom netjes op een plekje en vervolgens flikkert die k*tmotor weer om. Ik snap er helemaal niets van. Soms is het net of een grote hand je gewoon omduwt. Ik lette echt heel goed op of ik op een vlakke plaats stond, maar hop, daar lag ik weer. En het is zo’n lullig gezicht als je daar aan het worstelen bent met dat onding. Ik had er in ieder geval flink de pest in en echt genoten heb ik niet van de tuinen, terwijl er wel degelijk genoeg te zien was, zoals ik later op de foto’s heb kunnen zien. Bij het wegrijden was natuurlijk de koppelingsschakelaar weer verbogen, dus kon het hele circus met het in en uitpakken van gereedschap weer beginnen, maar dat verhaal het ik al eens verteld.

Langs de kust verder gereden, langs Loch Ewe (wauw!), Gruinard Bay (ben ik in Pirates of the Carribean  beland?) en Little Loch Broom. Vooral de laatste was echt wonderschoon. De baai lag vol met laaghangende bewolking en mist waar de zon bovenop scheen. Omdat ik er boven reed kon ik dat allemaal heel goed zien.

Geuren vertellen ook een eigen verhaal. Het rook tijdens de tocht naar kokos (gaspeldoorn) en dennen gemengd met de zilte zeelucht, maar dan fris en niet zoals thuis vies, en verder heel kruidig.

Weer terug in het hotel me omgekleed en een wandeling gemaakt de berg op die naast het hotel ligt en waar een klein riviertje afstroomt. Het was een stuk hoger dan ik dacht, maar het uitzicht op de vallei waar Achnasheen in ligt was beslist de moeite waard. Je had zo een goed overzicht over de twee uitgesleten bergdalen waar lang geleden de gletsjers overheen stroomden. En verder kon je heel goed zien dat rivieren die in de vallei stromen hier nog gewoon het rijk voor zichzelf hebben en meanderen waar ze willen.

In het hotel bij de openhaard staat een vitrinekast met dingen die je kunt kopen zoals o.a. whisky.  Er stonden er bij van meer dan 1000 pond en zelfs een van 7200 pond. Vloeibaar goud dus. Veel verkopen ze er niet van, maar flessen van een paar honderd pond schijnen toch grif over de toonbank te gaan, Amerikanen natuurlijk.

Schotland 2010 – dag 9

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 11-01-2011

Dag 9, 18 juni 2010, Achnasheen – Bridge of Cally, 280km

Alweer een prachtige zonnige dag, maar wel een typische ‘verplaats’dag met een beperkt aantal kilometers (inderdaad, alles is betrekkelijk). Eerst richting Inverness gereden, over de grote brug die naar de stad leidt. Maar de stad is niet erg aantrekkelijk, dus na een korte tussenstop weer verder gereden. Het landschap veranderde gaandeweg wel sterk. De oostkant van Schotland is veel minder ruig dan de andere kant, haast liefelijk met groene loofbossen i.p.v. naaldbomen (als die er al zijn) en vele grazige weiden die bezaaid zijn met bloemen, zodat het land soms helemaal geel, wit of rood kleurt. Dat klopt ook wel, want het ligt onder het meer van Loch Ness.

Koffie gaan drinken in Aviemore een plaatsje met een mooi Victoriaans station, dat fraai afsteekt tegen de besneeuwde bergen op de achtergrond. Zelfs in juni ligt er nog sneeuw, want ook hier was het een barre winter. Voor de meiden thuis een paar echte schotse sjaals gekocht in verschillende kleuren, dan kunnen ze tenminste kiezen.

Verder gekacheld en over de Pass of Drumochter en de Pass of Killiecrankie gereden. Veel indruk hebben die niet op me gemaakt. Wel was het verbazingwekkend druk op de weg en waren er heel veel wegwerkzaamheden, waar de op de motor dan weer alleen maar voordeel van hebt. Want je passeert alles tot aan het punt waar ze bezig zijn en vervolgens heb je de weg voor jezelf. Bij Bridge of Cally gestopt bij het hotel. Een heerlijk oud hotelletje midden in het groen.

Na het inchecken even een stukje terug gereden naar Blairgowrie en daar wat rondgewandeld. Eigenlijk een plaatsje van niks, maar dan wel weer niks in typisch engelse stijl, wat het toch weer een stuk aantrekkelijker maakt. Bij het hotel de rest van de middag lekker in de zon gezeten met een biertje en een boek. Soms is niks doen namelijk ook heel fijn. Op een gegeven moment word je een beetje reismoe.

Schotland 2010 – dag 10

Filed Under (Reizen Rene) by Rene van der Meulen on 10-01-2011

Dag 10, 19 juni 2010 Grampian Mountains, 331 km

Alweer een heel zonnig begin van de dag met een blauwe lucht met van die dikke plukken watten. Het hotel is een aanrader, goed onderhouden en ruime kamers met een bad, iets waar ik thuis ook elke dag in lig. En ook hier heb ik gisteren weer echt goed gegeten. Dikke plakken gerookte Schotse zalm en een salade met echte ham en 3 soorten kaas. Jammie. Tijd voor de laatste mooie rit voordat de terugreis naar Newcastle moet worden aanvaard.

Op weg naar het Noorden werd de wereld steeds grauwer en vooral ook steeds kouder. Gierend koud zelf door de keiharde wind. Voor het eerst moest ik afstappen om extra kleding aan te trekken en dikke handschoenen. Maar wat een landschappen weer, zoals de Devils Elbow en later voorbij Cock Bridge hellingen van 20%, waar de V-strom er hard aan moest trekken. En dan, midden in de eenzaamheid kwam ik een fietser tegen die zich in de woeste wind een weg naar boven vocht. Maar goed, die zat zeker niet te vernikkelen op z’n stalen ros, want het zweet droop in stralen van zijn gezicht. Het landschap was inmiddels volkomen veranderd. Van heel engels bij Bridge of Cally, via heidevelden, die in merkwaardige vormen geschoren waren. Soms zie je wel eens donkere mensen met heel kort haar waar dan een soort patronen in geschoren zijn. Nou, zo dus, maar dan een heel landschap met her en der verspreid hopen met keien, zoals die ook door pelgrims worden opgeworpen langs wandelroutes. Vervolgens ging het weer in woeste leegte over, maar wel heel anders dan aan de andere kant van Schotland.

De eerste stop, buiten het aantrekken van extra kleding, was Balmoral Castle. Bij mijn weten is het heel bekend, maar dat kan ook door het sigarettenmerk met dezelfde naam komen. Ik had verwacht weer in een middeleeuwse oude steenklomp terecht te komen, maar dit bleek een soort sprookjeskasteel te zijn dat in Euro Disney niet zou misstaan. Het bleek dan ook pas 150 jaar oud te zijn en is destijds speciaal voor koningin Victoria gebouwd omdat ze erg op de eenzaamheid van Schotland gesteld was. Alhoewel je jezelf met honderd man personeel moeilijk eenzaam kunt voelen, lijkt me. Eigenlijk vond ik de met klinknagels aan elkaar geklonken brug naar het kasteel nog het mooiste deel, maar het was er wel lekker warm, dus toch maar even de tijd genomen om rond te kijken. Wat ook erg mooi was, was het bordje dat je moest oppassen voor overstekende eekhoorns (levensgevaarlijk die eekhoorns, je zal maar in het echt tegenover zo’n wild dier komen te staan), o ja, het was op een wandelpad, en het onvermijdelijke bordje dat je niet op het gras mocht lopen, wat ik natuurlijk als dwarse Nederlander wel heb gedaan want ze vragen erom.

De kou weer in gereden. Het was inmiddels afgekoeld tot een graad of 6 en met de snijdende wind moet de gevoelstemperatuur dicht bij het vriespunt hebben gelegen. Het gekke is dat zoiets in de winter geen probleem is, maar als de temperatuur steeds ronde de 20 graden of hoger is geweest dan lijkt het wel meteen driemaal zo koud. De volgende stop was Glenfiddich Lodge, de befaamde whiskystokerij. Ik heb maar geen neut genomen, want dat kombineert niet zo lekker met motorrijden, alhoewel je er waarschijnlijk wel erg soepel van gaat rijden. Langs veel kastelen gereden, zoals Colgarff Castle, Kildrummy Castle, Glenbuchat Castle en waarschijnlijk nog veel meer, maar ik was inmiddels zo versteend dat ik er geen been meer in zag om deze ook nog te bezoeken.

Opmerkelijk genoeg was het bij het hotel de hele dag prachtig zonnig en warm weer geweest, zoals me later was verteld toen ik weer terug was.

Dat motorrijden is eigenlijk maar een rare hobby. Wegen vol met grint en gaten, ijzige kou, regen of kokende zon, je steeds moeten aan- en uitkleden, enz, En toch heb ik elke ochtend weer zin om op mijn motor te kruipen.

De rest van de middag in de zon gezeten en een wandeling gemaakt. Life ain’t that bad. Tijdens mijn vakantie was het wereldkampioenschap voetbal op de televisie en ik heb altijd gedacht dat de britten altijd helemaal leip van voetbal waren. Schotten dus duidelijk niet, want ondanks dat er overal in cafés en hotels grote beeldschermen aanstonden, werd er nauwelijks naar gekeken.