Het weer was deze ochtend en beetje sombertjes, maar het ontbijt maakte weer een hoop goed. Vooral de dochter van de eigenaar, die in de bediening werkt is erg grappig. Ze woont al haar hele leven in het hotel en heeft het soort van professionele gedrag dat me meteen aan Basil Fawlty van Fawlty Towers deed denken. Een automatisch oor, zonder echt te luisteren en een opgewektheid en aandacht voor de gasten die flinterdun is. Wel heel aardig trouwens, want ik kan me best voorstellen dat je een soort van karakter gaat spelen als je altijd met zeurende mensen moet omgaan.
Eerst naar het westen gereden langs plaatsen met mooie schotse namen als Lochdrum, Corrieshalloch en Ardcharnich om uiteindelijk in Ullapool uit te komen. Onderweg geen mens tegengekomen. Wat een godvergeten verlatenheid zeg. Heel desolaat. Op een gegeven moment banjerde er zelfs een paar herten over de weg heen. En dat op klaarlichte dag. En dan, midden in die verlatenheid staat daar dan ineens een klein huisje dat zichtbaar bewoond is. Geen boerderij, want daar was het veel te klein voor en op minstens een uur rijden van enige plaats van betekenis. Dan moet je wel erg op je rust gesteld zijn.
Op de uitstekende Michelinkaart staat Ullapool aangegeven als een wat grotere stad, maar het is nog steeds piepklein. Het is een leuke vissersplaats, waarbij dezelfde miniatuurvissersbootjes in de haven lagen als in Oban. De sfeer doet heel noordelijk aan. Je krijgt het gevoel in Noorwegen te zitten.
In het stadje even rondgelopen en wat foto’s gemaakt. Voor een café, waar ik een bak troost ging drinken, stond een prachtige oude Royal Enfield met zijspan van rond 1930 voor de deur. De eigenaar van dit prachtige, sterk doorleefde, apparaat was er mee op vakantie. Dat is best dapper, want heel erg betrouwbaar zal zo’n machine niet zijn. Maar wel avontuurlijk! Dat moet ik ook nog eens met Grote Broer gaan doen, met een mooi 500 cc single ´thumper´ bij voorkeur met een girder voorvork, een vakantie in Engeland doorbrengen. Eigenlijk is dat pas het echte motorrijden.
Bij de kade hingen aan de reling allemaal borden met advertenties van de plaatselijke middenstand. Geen knipperende neonverlichting, maar gewoon een bord met ‘Piet verkoopt hamlappen’. Geen opgeblazen bla bla verhalen waarmee wij dagelijks worden gebombardeerd. Misschien werkt zo’n simpel bord nog wel veel beter dan al die schreeuwende advertenties. Op mij maakte het in ieder geval een enorm betrouwbare indruk.
Wat je hier in de omgeving heel veel ziet en vooral ook ruikt is brem en gaspeldoorn. Het hele landschap is bespikkeld met grote dotten van deze naar kokos ruikende planten. Verder staan overal hele velden met veenpluis die het landschap wit kleurt, alsof het net gesneeuwd heeft.
Naar het oosten gereden, dwars over het eiland om bij de westkant van Schotland uit te komen. Het grootste gedeelte ging over single track wegen, waarbij om de paar honderd meter een bordje stond dat het om een single track weg ging en dat er vluchthaventjes waren. Wat een flauwekul! Alsof je dat zelf niet kunt zien. Trouwens, je komt er geen kip tegen, dus heb je de weg helemaal voor jezelf. Uiteindelijk in Inverness beland wat zichtbaar een werkstad is. Niet erg mooi dus. Dit stukje van Schotland is veel minder mooi en ruig dan de westkant.
Een flink stuk langs Loch Ness gereden om uiteindelijk bij Urquhart Castle uit te komen. Loch Ness is hier heel erg toeristisch en de bussen die met dikke dieselwalmen niet vooruit te branden zijn, zijn niet te tellen. Kans om ze in te halen heb je niet, want daar is de weg te onoverzichtelijk voor.
Urquhart Castle moet ooit een zeer groot kasteel zijn geweest. De ruïnes liggen her en der verspreid in het landschap. Het bezoekerscentrum is de moeite van het bezoeken waard. Wat met wel opvalt is hoeveel aandacht er altijd wordt gegeven aan alles wat met geweld te maken heeft. Zo vind je van alles over zwaarden, messen, hakbijlen, pieken, goedendags, harnassen, pijlen, bestormingsapparaten, maquettes, schilderijen van gevechten, enzovoort, kortom van alles om andere mensen af te maken, maar over het dagelijkse leven, wat mijns inziens veel interessanter is, vind je de vrijwel niets.
Rustig terug getokkeld naar het hotel. De rit was lang niet zo spectaculair als de afgelopen dagen. Ik geloof dat ik een beetje verwend begin te raken, want als ik de rit van vandaag bij mij thuis is de omgeving had kunnen maken was ik zonder twijfel diep onder de indruk thuis gekomen.
Wat met onderweg opviel, en so wie so de laatste dagen is opgevallen, is dat er nog heel veel op hout en kolen wordt gestookt. Dat roept oude herinneringen op van thuis voor de kolenkachel, die we toen nog hadden, en ravotten met Rob voor de oude haard.
Bij het hotel aangekomen lekker in bad gesprongen en vervolgens een wandeling gemaakt. Een bord lang de kant van de weg gaf aan dat hier 12.000 jaar geleden een gletsjerdal is geweest, waarbij twee ijsrivieren uitkwamen op de plaats waar Achnasheen nu ligt en daar een meer vormde. Je kunt de geschiedenis in het landschap heel gemakkelijk aflezen. Eerst een laag met grove stenen die ooit door de gletsjers zijn meegesleurd, daarna een laag met steeds fijner worden grint, die moet zijn ontstaan toen de ijsrivieren smolten en daarna een toplaag van organisch materiaal, die er 12.000 jaar over heeft gedaan om een halve meter dik te worden. Het voordeel van wandelen is dat je alles heel gedetaillieerd ziet, veel meer dan op de motor.
Na weer uitstekend te hebben gegeten heb ik een tijdje met de eigenaar van Ledgolewan Logde staan praten. Hij zei dat ik vooral naar Applecross moest gaan, omdat het daar zo lekker rustig is!!! Kennelijk vindt hij de 5 huizen die hier in het dorp staan al veel te veel. Tijdens het eten twee zwitsers ontmoet die hier aan het rondfietsen waren. In eerste instantie verstond ik geen hout van wat ze zeiden en vermoedde ik dat het ieren of welshman zouden zijn, want ik kon in hun uitspraak een duidelijk ‘g’ te horen. Maar het bleek duits-zwitsers te zijn, een dialect dat op de grens wordt gesproken. In het buitenland denken mensen vaak dat ze uit Nederland komen vanwege hun ‘g’. Daarbij waren zowel de jongen als het meisje über hoog blond, wat dan weer niet strookt met ieren en welshman.